Meer zonlicht, minder ADHD: Mogelijkheden voor preventie?

21-10-2013

 

 

 

Meer zonlicht, minder ADHD: Mogelijkheden voor preventie?

 

Nijmegen, 21 oktober, 2013 - Een onderzoek dat afgelopen juni is gepresenteerd op het World Congress of ADHD in Milaan en vandaag is uitgekomen in het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift Biological Psychiatry werpt nieuw licht op het toenemende voorkomen (prevalentie) van aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis, beter bekend als ADHD. Deze studie wees uit dat "zonnige" landen op aarde met een hoge intensiteit van zonlicht, zoals Spanje, Italië en Mexico een lagere prevalentie van ADHD hebben. Dit beschermende effect van zonlicht verklaarde 34 tot 57% van de prevalentie van ADHD. De onderzoekers veronderstellen dat dit te maken heeft met de effecten van zonlicht op het verminderen van problemen met de biologische klok (of circadiane ritmiek). Deze resultaten leiden mogelijk tot nieuwe methoden voor preventie van ADHD en nieuwe inzichten wat betreft de behandeling van bepaalde gevallen van ADHD.

 

Onderzoekers van de Universiteit Utrecht, Onderzoeksinstituut Brainclinics, de Universiteit Leiden, en de Ohio State Universiteit (VS) hebben dit onderzoek uitgevoerd en vonden een mogelijk preventief effect van zonlicht op ADHD. Kijkend naar de prevalentie van ADHD in verschillende landen en zonne-intensiteit (zie figuur 1), viel het de auteurs op dat er een geografische overeenkomst was tussen een laag voorkomen van ADHD en een hoge zonne-intensiteit, zoals duidelijk te zien is voor bijvoorbeeld Spanje, Mexico en Colombia. 

 

Figuur 1: Het voorkomen van ADHD (prevalentie; horizontale as) in relatie tot de zonne-intensiteit (verticale as). In de landen in rood is eerder een lagere prevalentie van ADHD gerapporteerd. Deze grafiek laat duidelijke het beschermende effect van een hoge zonne-intensiteit zien op het voorkomen van ADHD.

 

 

Deze observatie werd verder uitgewerkt op basis van twee Amerikaanse en één niet-Amerikaanse datasets. Op basis hiervan werd deze relatie bevestigd en bleek een duidelijke negatieve dosis-respons-relatie tussen zonne-intensiteit en de prevalentie van ADHD. Ook binnen een land als de VS was duidelijk te zien dat ADHD minder voorkwam in de ‘Sunny States’ zoals Californië en Arizona (zie figuur 2a en 2b). Verschillen in zonne-intensiteit tussen regio’s verklaren tussen de 34 tot 57% van de verschillen in ADHD prevalentie, zelfs als gecorrigeerd wordt voor potentieel intermediërende variabelen als sociaal-economische status, geboortegewicht, kindersterfte, geografische breedte en etniciteit. Deze effecten konden niet verklaard worden door vitamine D, maar worden in verband gebracht met het effect van zonlicht op de biologische klok.

 

 

Figuur 2a: ADHD Prevalentie (CDC, 2003)    Figuur 2b: Zonne-intensiteit (NREL)

ADHD en slaap

Veel patiënten met ADHD hebben slaapproblemen, meestal moeite met inslapen (los van eventueel medicatie gebruik). Voor meer achtergrondinformatie zie ook Slaap en ADHD. In het algemeen bestaat er een relatie tussen  slaapduur en aandachtsproblemen. De auteurs veronderstellen dan ook dat bij bepaalde ADHD-patiënten slaapproblemen ten grondslag liggen  aan de aandachtsproblemen. Inslaapproblemen bij ADHD op hun beurt hebben weer te maken met verstoorde circadiane ritmiek (zoals een vertraagde melatonine respons).  Het is bekend dat zonlicht de grootste invloed heeft op de menselijke biologische klok.

 

De auteurs veronderstellen tevens dat inslaapproblemen nog eens versterkt kunnen worden door intensief gebruik in de avond van moderne media zoals tablet-computers en smartphones, waarbij de invloed van social media zorgt voor een nog veelvuldiger gebruik van deze blauw licht* bronnen, zoals smartphone en tablet, in de avond. Verhoging van de hoeveelheid zonlicht gedurende de dag, is volgens de auteurs in staat de biologische klok afdoende te synchroniseren waardoor het verstorende effect van verhoogde blootstelling aan licht tijdens de avond gecompenseerd kan worden en daarmee inslaapproblemen verminderen.

 

De implicaties van deze bevindingen zijn dat toekomstig onderzoek naar ADHD zich meer moet richten op de rol van slaap en de biologische klok. Vanuit het oogpunt van de volksgezondheid, zouden fabrikanten van tablets, smartphones en pc's de mogelijkheid kunnen onderzoeken om een tijd-gemoduleerde kleuraanpassing van schermen te implementeren (zoals b.v. f.lux software), om daarmee ongewenste blootstelling aan blauw licht in de avond te voorkomen. Ook kunnen deze resultaten aanleiding geven tot preventie-strategieën waarbij gebruik gemaakt wordt van verhoogde blootstelling aan natuurlijk licht tijdens de dag. Te denken valt aan dakraam-systemen in klaslokalen en speeltijd-planning in lijn met de biologische klok, maar ook simpelere oplossingen zoals bijvoorbeeld het op de fiets op lopend naar school gaan in plaats van met de auto.

 
 
* Het is bekend dat alleen 464 tot 484 nm. blauw licht de biologische klok beïnvloedt, gloeilampen hebben een lage affiniteit in dit lichtspectrum, terwijl computerschermen en sommige LED-lampen een hogere affiniteit in dit lichtspectrum hebben.



Referentie:
Arns, M., van der Heijden, K.B., Arnold, L.E. & Kenemans, J.L. (2013) Geographic variation in the prevalence of ADHD: Circadian and sleep aspects of ADHD. Presented at the 4th World Congress of ADHD, Milaan, Italië.

 

Arns, M. van der Heijden, K.B., Arnold, L.E. & Kenemans, J.L. (2013) Geographic variation in the prevalence of ADHD: The Sunny perspectiveBiological Psychiatry DOI: 10.1016/j.biopsych.2013.02.010

 

Arns, M. (2013) De rol van slaap bij ADHD: Mogelijkheden voor preventie van ADHD? Nederlands Tijdschrift voor Psychiatrie.

 

 

 

Contact:

Onderzoeksinsituut Brainclinics: 
Dr. Martijn Arns
Bijleveldsingel 34
6524 AD Nijmegen
Tel: +31 (0)6-48177919
E-mail: Martijn Arns
URL: https://www.brainclinics.com 
Twitter: @Brainclinics