Neurofeedback bewezen behandeling bij ADHD

16-07-2009

 

 


Onderzoek wijst uit:
Neurofeedback bewezen effectieve behandeling bij ADHD/ADD

 

Nijmegen, 16 juli 2009 – Neurofeedback, ofwel EEG Biofeedback, is een methode waarbij de hersenen worden getraind om daarmee ‘afwijkende’ hersenactiviteit te normaliseren. Deze behandelmethode is de laatste jaren in Nederland sterk in opkomst en meermalen is de vraag gesteld of Neurofeedback een ‘Evidence Based’, ofwel een bewezen, behandelmethode is. Morgen zal een onderzoek verschijnen in het wetenschappelijke tijdschrift ‘Clinical EEG and Neuroscience’ waaruit blijkt dat Neurofeedback voor de behandeling van ADHD en ADD inderdaad als bewezen effectieve behandeling (ofwel Evidence-Based) gezien kan worden.


Neurofeedback is een techniek waarbij door terugkoppeling van hersenactiviteit – vaak het EEG – de hersenen worden getraind een bepaalde activiteit te produceren of juist te onderdrukken. Deze methode werd initieel ontdekt voor de behandeling van Epilepsie en is vanaf 1976 ook onderzocht voor de behandeling van ADHD. Sinds enkele jaren wordt deze techniek ook steeds meer in Nederland toegepast en wordt deze methode aangeboden voor de behandeling van allerlei aandoeningen. Critici hebben dit vaak ter discussie gesteld en vaak rees de vraag of Neurofeedback als ‘Evidence-Based’ ofwel bewezen behandelmethode gezien kan worden of niet.

 

In samenwerking met onderzoekers van de Universiteit van Tübingen (Duitsland), de Radboud Universiteit Nijmegen, Brainclinics en het EEG Resource Instituut is er een meta-analyse uitgevoerd. Een meta-analyse is een analyse waarbij alle onderzoeken uit het verleden zijn meegenomen, die het effect van Neurofeedback bij ADHD hebben onderzocht. In totaal zijn er 15 onderzoeken meegenomen met een totaal van 1194 patiënten. Op basis van dit onderzoek – wat in de juli uitgave van het internationale wetenschappelijke tijdschrift 'Clinical EEG and Neuroscience' zal verschijnen – kan inderdaad geconcludeerd worden dat Neurofeedback als bewezen en effectieve behandelmethode gezien kan worden voor de behandeling van ADHD. Uit deze analyse bleek dat Neurofeedback behandeling een grote en klinisch relevante verbetering gaf op impulsiviteit en aandachtsproblemen en een redelijke verbetering op hyperactiviteit. Het abstract (samenvatting) van deze studie is onderaan deze pagina te vinden.

 

Dit neemt niet weg dat Neurofeedback nog steeds experimenteel is voor een reeks van andere aandoeningen en er nog meer onderzoek nodig is. Neurofeedback is dus zeker niet de 'magische' oplossing voor allerlei aandoeningen, maar wel een bewezen en effectieve methode voor de behandeling van ADHD/ADD. 

 

Aangezien er grote verschillen in Neurofeedback methoden zijn en er veel niet-onderzochte methoden worden gebruikt, worden geïnteresseerden aangeraden een juiste keuze te maken in behandelaars. Geadviseerd wordt om behandelaars te zoeken die tenminste zijn aangesloten bij het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP) en gebruik maken van onderzochte methoden.

  

 

 

Literatuur

  • Arns, M. (2011). Personalized medicine in ADHD and depression: A quest for EEG treatment predictors. PhD thesis, Utrecht University.
  • Arns, M., de Ridder, S., Strehl, U., Breteler, M. & Coenen, A. Efficacy of Neurofeedback Treatment in ADHD: The effects on Inattention, Impulsivity and Hyperactivity: a Meta-Analysis. Clinical EEG and Neuroscience; 40(3), 180-189.
  • Arns, M. (2008) Personalized Medicine: Nieuwe ontwikkelingen in de diagnostiek en behandeling van Depressie en ADHD. De Psycholoog, September 2008.

 

 

 

Efficacy of neurofeedback treatment in ADHD: The effects on inattention, impulsivity and hyperactivity: 
A meta-analysis.

 

Martijn Arns 1,2,*, Sabine de Ridder 2, Ute Strehl 3, Marinus Breteler 4, 5 & Anton Coenen 5

 

1 Brainclinics Diagnostics, Nijmegen, The Netherlands

2 Brainclinics Treatment, Nijmegen, The Netherlands

3 University of Tuebingen, Germany

4 EEG Resource Institute, Nijmegen, The Netherlands

5 Radboud University, Nijmegen, The Netherlands

 

 

ABSTRACT

Since the first reports of neurofeedback treatment in ADHD in 1976 many studies have been carried out investigating the effects of neurofeedback on different symptoms of ADHD such as inattention, impulsivity and hyperactivity. This technique is also used by many practitioners, but the question as to the evidence-based level of this treatment is still unclear. In this study selected research on neurofeedback treatment for ADHD was collected and a meta-analysis was performed. 

 

Both prospective controlled studies and studies employing a pre- and post-design found large effect sizes (ES) for neurofeedback on impulsivity and inattention and a medium ES for hyperactivity. Randomized studies demonstrated a lower ES for hyperactivity suggesting that hyperactivity is probably most sensitive to non-specific treatment factors. 

 

Due to the inclusion of some very recent and sound methodological studies in this meta-analysis potential confounding factors such as small studies, lack of randomization in previous studies and a lack of adequate control groups have been addressed and the clinical effects of neurofeedback in the treatment of ADHD can be regarded as clinically meaningful. Three randomized studies have employed a semi-active control group which can be regarded as a credible sham control providing an equal level of cognitive training and client-therapist interaction. Therefore, in line with the AAPB and ISNR guidelines for rating clinical efficacy, we conclude that neurofeedback treatment for ADHD can be considered ‘Efficacious and Specific’ (Level 5) with a large ES for inattention and impulsivity and a medium ES for hyperactivity.

 

 

Keywords: Neurofeedback, EEG Biofeedback, ADHD, meta-analysis, inattention, impulsivity, hyperactivity.

 

Acknowledgement

We wish to acknowledge the following people for providing us with additional information for the meta-analysis : Hartmut Heinrich, Petra Studer, Jochen Kaiser, David Kaiser, Michael Linden, Johanne Lévesque, Martin Holtmann, Ulrike Leins, Domenic Greco, André Achim, Geneviève Moreau and Ali Reza Bakhshayesh. We also wish to acknowledge the support of Desiree Spronk in the preparation of this manuscript.