Meta-analyse bevestigt blijvende resultaten van neurofeedback

16-02-2018


Meta-analyse bevestigt blijvende resultaten van neurofeedback bij kinderen met ADHD

 

Nijmegen, 16 februari 2018 - Een internationale groep onderzoekers voerde een meta-analyse uit die systematisch naar alle beschikbare onderzoeken keek en ontdekte dat de klinische vooruitgang door neurofeedback op ADHD-symptomen na een intensief neurofeedback behandeltraject bleef bestaan gedurende een follow-up van 6 maanden (zonder behandeling). Bij de follow-up waren de effecten van neurofeedback niet minder dan bij actieve behandelingen zoals medicatie.  De vooruitgang bij niet-actieve controlegroepen (zoals cognitieve training) was niet langer aanwezig bij follow-up. Deze resultaten zijn nu gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift European Child & Adolescent Psychiatry.

 

Neurofeedback is een behandeling waarbij directe feedback wordt gegeven op specifieke hersenactiviteit (meestal het EEG) en is gebaseerd op leerprincipes waarbij deelnemers leren om specifieke soorten hersenactiviteit onder controle te krijgen. Gesteund door het idee dat deze behandeling is gebaseerd op leerprincipes, wordt verwacht dat dit op lange termijn voordelen zal opleveren, maar het lange termijneffect was nog niet systematisch onderzocht. Medicamenteuze behandeling bij ADHD is effectief gebleken als korte-termijn symptoombestrijding, maar het klinische effect kan na meer dan 2 jaar langdurig medicatiegebruik afnemen. Om die reden, is er behoefte aan behandelingen die op de lange termijn betere effecten opleveren. Daarom heeft een internationale groep onderzoekers uit Nederland (Universiteit Utrecht, Onderzoeksinstituut Brainclinics, Radboud Universiteit), Duitsland (Universitair Ziekenhuis Erlangen, kbo-Heckscher-Klinikum, Universiteit van Tübingen en neuroCare Group) en de Verenigde Staten (UCLA), een systematische review en meta-analyse uitgevoerd om de langetermijneffecten van neurofeedback en verschillende controlegroepen, inclusief medicatie, te onderzoeken. In deze onderzoeksgroep werden wetenschappers met verschillende opvattingen over neurofeedback geselecteerd om de onderzoeksgegevens op een uitgebalanceerde en kritische manier te interpreteren.

 

In deze studie werden gegevens van meer dan 500 kinderen met ADHD meegenomen. Hierbij werden de resultaten vergeleken tussen neurofeedback, actieve controlecondities (inclusief medicatie), en 'niet-actieve' controlecondities van 10 gerandomiseerde gecontroleerde studies (RCT's). Het klinisch effect werd beoordeeld na een follow-up periode van gemiddeld 6 maanden na beëindiging van de behandeling. Het bleek dat neurofeedback resulteerde in een groot effect op onoplettendheid en een gemiddeld effect op hyperactiviteit/impulsiviteit bij de follow-up en op dit moment waren er geen verschillen tussen neurofeedback en actieve behandelingen. Voor niet-actieve controles werd slechts een klein effect gevonden op onoplettendheid die tijdens de follow-up was verdwenen. Numeriek gezien hadden de voordelen van neurofeedback de neiging om te verbeteren van het einde van de behandeling tot follow-up, wat niet het geval was voor de andere behandelingen. Bovendien werd voor de medicatiegroepen nog steeds medicatie gebruikt in het interval van 6 maanden tot aan de follow-up, terwijl er voor neurofeedback geen aanvullende behandelingssessies in dat interval werden uitgevoerd.

 

Concluderend suggereren deze resultaten dat klinische voordelen behaald met neurofeedback bij kinderen met ADHD, na minstens 6 maanden zonder behandeling, duurzame effecten hebben, waardoor neurofeedback gezien kan worden als een veelbelovende behandeling met voordelen op de lange termijn.

 

Opmerking: De resultaten van deze meta-analyse zijn voornamelijk van toepassing op de specifiek onderzochte protocollen en mogen niet gegeneraliseerd worden naar andere 'experimentele' benaderingen die in veel 'neurofeedback klinieken' worden gebruikt. Momenteel is er het meest consistente bewijs voor Slow Cortical Potential (SCP), Theta/Beta (TBR) en Sensori-Motor Rhythm (SMR) neurofeedback, zie onderstaande afbeelding voor uitleg.

 

Referentie:

Van Doren, J., Arns, M., Heinrich, H., Vollebregt, M. A., Strehl, U., & Loo, S. K. (2018). Sustained effects of neurofeedback in ADHD: A systematic review and meta-analysis. European Child & Adolescent Psychiatry. doi:https://doi.org/10.1007/s00787-018-1121-4

URL: https://link.springer.com/article/10.1007/s00787-018-1121-4 

 

Contact gegevens: Dr. Martijn Arns 

Tel.: +31(0)24 - 750 35 05 

 

 

 

 

Deze figuur is een uitleg van 'Standaard neurofeedback-protocollen' als een functie van de trainingslocatie en frequentie. Theta/Beta neurofeedback-protocollen zijn specifiek gericht op locatie Fz of Cz, in overeenstemming met de meeste onderzoeken die de Theta/Beta neurofeedback op die locaties hebben uitgevoerd; SCP-neurofeedback wordt altijd toegepast op Cz en SMR Neurofeedback wordt altijd toegepast op een site die over de sensori-motorstrip ligt, dat wil zeggen C3, Cz of C4. Theta/Beta neurofeedback is gericht op het naar benden trainen van Theta en het belonen van Beta, SMR is gericht op het belonen van SMR en SCP-neurofeedback is gericht op bi-directionele training van negativatie en positivatie. Deze drie protocollen zijn het meest onderzocht in de behandeling van ADHD, en de meeste studies in de meta-analyse gebruikten één van deze protocollen.