Brainclinics actief op Brain Stimulation congres in Barcelona

03-03-2017

Onderzoekers van Onderzoeksinstituut Brainclinics presenteren nieuwe resultaten op het Brain Stimulation congres in Barcelona. Tabitha Iseger zal data presenteren die de nieuwe Neuro-Cardiac Guided TMS (NCG-TMS) methode onderbouwen die tot een nieuwe methode kan leiden om nog betrouwbaarder de juiste hersengebieden te vinden die voor de behandeling van depressie gestimuleerd moeten worden. Lana Donse zal de eerste resultaten presenteren naar de effectiviteit van rTMS bij dwangstoornis (OCS / OCD), de relatie met slaapproblemen en factoren die het succes van de behandeling kunnen voorspellen.

 

Neuro-Cardiac-Guided TMS (NCG TMS) 

Autonome regulatie is verstoord bij depressieve patiënten. Ze laten over het algemeen een hogere hartslag en een lagere hartslagvariabiliteit (HRV) zien, die nog duidelijker te zien is in patiënten met een ernstige depressie. HRV is de variabiliteit in hartslag als resultaat van externe prikkels, waaronder bijvoorbeeld ademhaling. Dit suggereert dat het hart verbonden is met het netwerk dat geïmpliceerd is in depressie. Meerdere studies hebben connecties laten zien tussen de verschillende structuren in dit netwerk (DLPFC, sgACC, vagal nerve) en het hart. Daarnaast zijn hartslagverlagingen als gevolg van rTMS behandelingen op de DLPFC geobserveerd. Dit zou ook betekenen dat deze behandeling de hartslag weer kan normaliseren. 

 

Deze connectie kan dus gebruikt worden om te valideren of het depressie netwerk correct wordt gelokaliseerd. Door de betrokkenheid van het hart in dit netwerk zou correcte lokalisatie, van bijvoorbeeld de DLPFC, moeten leiden tot een hartslagverlaging. Als dat niet het geval is, zou het kunnen dat er niet daadwerkelijk op de DLPFC gestimuleerd wordt. De huidige methoden voor lokalisatie van de DLPFC zijn de 5 (of 6) cm regel (5cm naar voren vanaf de plek waar de duim gevonden wordt), of bijvoorbeeld de BEAM-F3 methode. Dit klopt op groepsniveau maar op individueel niveau zou hier veel variatie in kunnen zitten. Dit hebben we onderzocht in een groep van 10 gezonde vrijwilligers. Zij kregen 3 X 5sec. treintjes rTMS (10 Hz) toegediend op 3 verschillende locaties links (F3, FC3 en C3) en 3 verschillende locaties rechts (F4, FC4 en F4), terwijl hun ECG opgenomen werd. Deze ECG data is omgezet in R-R interval data. Zoals verwacht lieten op groepsniveau F3 en F4 de sterkste hartslagverlaging zien. Op deze locaties zou de DLPFC zich, in theorie, bevinden. Echter, er was veel variatie tussen de proefpersonen. Bij sommigen lieten FC3 en/of FC4 de grootste verlaging zien. Dit zou betekenen dat voor deze personen, de DLPFC zich op deze locaties bevindt. De DLPFC is de target voor rTMS bij depressie, en een meer accurate lokalisatie zou de respons ratio’s kunnen verhogen. Ook biedt het mogelijkheden om de stimulatie-output te verlagen om rTMS beter verdraagbaar te maken. Deze studie bevestigd dus de eerder door ons voorgestelde principe van Neuro-Cardiac Guided TMS (NCG-TMS).


Download hier de poster van Tabitha Iseger (Neuro-Cardiac Guided TMS, NCG-TMS)

 


Slaapproblemen bij OCS: Relatie met behandeleffecten van rTMS

Een groep van 22 patiënten werd behandeld met tenminste 10 sessies rTMS. Ten eerste was de behandeling effectief bij meer dan de helft van de patiënten (55% respons), waarbij responders een sterke afname in symptomen van zowel OCS als depressie lieten zien. Responders en non-responders verschilden bovendien van elkaar op het gebied van symptomen van slaapstoornissen; bij non-responders waren deze ernstiger. Met name kenmerken van circadiane ritmestoornissen konden non-responders accuraat van responders onderscheiden. Deze symptomen zouden dan ook kunnen wijzen op verschillen in onderliggende mechanismen, en kunnen mogelijk gebruikt worden als voorspeller voor non-respons op rTMS-behandeling voor OCS.

 

Download hier de poster van Lana Donse (slaap, rTMS en OCD)